donderdag 22 november 2007

Met Foucault voorbij Foucault?

Er zijn twee sporen van een onvoltooide zoektocht die in het oog springen als men nadenkt over het filosofische project van de late Foucault: zijn appreciatie van de levenskunst en zijn interpretatie van de Verlichting.
Vooreerst, wat betreft zijn appreciatie van de levenskunst: in zijn laatste werken ging Foucault op zoek naar een persoonlijke ethiek, die de afgebrokkelde christelijke moraal moest aflossen. Het ging Foucault hierbij om zelfstilering, het werken aan en het vorm geven van het zelf doorheen zoiets als levenskunst, opgevat als opvulling van het vacuüm dat die christelijke moraal achterliet. Foucault liet zich in die zoektocht naar een persoonlijke ethiek inspireren door een periode die voorafging aan de christelijke moraal, zo blijkt uit de historische schets die hij geeft in Technologies of the Self.
Naast zijn appreciatie van de levenskunst, is ook Foucault’s interpretatie van Kant’s Was ist Aufklarung? opmerkelijk. In zijn tekst over Kant leest Foucault er namelijk vooral “de vraag naar de actualiteit zonder meer.” Kant is volgens Foucault “op zoek naar een verschil: waarin verschilt vandaag van gisteren.”
Ik zou graag deze twee in het oog springende sporen van Foucault’s onvoltooide zoektocht samen betrekken in een onderzoek naar hoe Foucault’s notie van levenskunst verlengd en verbreed kan worden aan de hand van de instelling van een verschil tussen vandaag en gisteren. Foucault’s denkkader is immers in zekere zin achterhaald. Ondanks én dankzij een Foucaultiaanse retour-á-Heidegger.
2.
Voor we echter aandacht aan het genoemde onderzoek kunnen geven, dienen we eerst nog enkele openstaande rekeningen af te handelen. Foucault staat immers in schuld. Zijn filosofische project (dat grosso modo in drie fasen verdeeld wordt: archaeologie, genealogie en tenslotte levenskunst) wordt beschuldigd van een tekort en een teveel. Dit tekort en dit teveel staan beiden in het teken van een overgang.
Het tekort staat in verband met de overgang van archaelogie naar genealogie en het teveel staat in verband met de overgang van genealogie naar levenskunst. Ofwel vindt men dat Foucault beter was gebleven bij de archaelogie in plaats van over te gaan naar de tweede fase. In die overgang zou Foucault namelijk in diens heideggeriaanse inspiratie tekortschieten: archaelogie zonder heiddeggeriaanse achtergrond, dat is louter nietzscheaanse genealogie. Ofwel meent men, maar in dezelfde lijn, dat Foucault niet echt overgaat tot een derde fase, na de genealogie: zijn appreciatie van de levenskunst en zijn interpretatie van de Verlichting zouden lijden aan een teveel van dezelfde nietzscheaanse terreur die in de genealogie woedde. In die zin hangt de dubbele kritiek op Foucault (een tekort aan Heidegger in de tweede fase als een teveel aan Nietzsche in de derde fase) hecht samen.
....
(Wordt Vervolgd)

Zie voor meer achtergrondinformatie:
Wat is de rol van de verwoording in de genealogie van de psychoanalyse?

Geen opmerkingen: